Accueil > Musiciens > Ancien et traduction > SCHOOVAERTS Laurent

Mr

SCHOOVAERTS Laurent

Diegem

Publié: samedi 13 septembre 2008, par Michel Possoz

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Ouderdom : 33 ans

Nationaliteit : Belg

In september 2008 heb je je laatste concert gespeeld maar ik wil toch jouw interview laten verschijnen in onze Ster’mania. Zoals de spreuk het zegt : beter laat dan nooit…

 Ster : Waar en hoe ben je begonnen met muziek te spelen ?
Op 8-jarige leeftijd begon ik de notenleer op de academie van Evere waar papa les gaf voor de klarinet. Ik moet een zestal maanden later begonnen zijn met een instrument bij de heer De Vleeschouwer die niet alleen collega van papa was op de academie, maar die af en toe de rangen van de Ster kwam versterken.

Ster : Waarom en hoe ben er gekomen de tuba te kiezen ?
Eerst wilde ik in de sporen lopen van mijn vader en van mijn grootvader en klarinet leren. Papa had reeds het instrument gekocht. Maar tijdens een gesprek aan tafel ’s middags heeft papa stomweg gezegd dat er toen een tekort aan tuba’s was. Dit volstond om mij van vandaag tot morgen van gedacht te doen veranderen en ik wilde met de tuba beginnen.

Ster : Bespeel je ook een ander instrument ?
Neen, hetzij dat ik eerst, op aanraden van mijn leraar, eerst 6 maanden lang trompet geoefend heb omdat, volgens hem, op 8-jarige leeftijd, mijn longen te klein waren om dadelijk tuba te spelen. Dan heb ik enkele jaren lang baryton gespeeld (op het instrument van de vader van Pierre De Snijder) alvorens op 12 jaar definitief op de tuba over te gaan.

Ster : Sedert wanneer speelde je bij ons, en hoe ben je bij ons gekomen ?
Ik denk bij de Ster gekomen te zijn wanneer ik 9 of 10 jaar oud was, na zes of zeven maanden instrumentcursus. Hoe ik er bij kwam spreekt wel van zelf, de heer De Vleeschouwer, mijn leraar, speelde er, mijn grootvader was een der steunpijlers en de dirigent was niemand anders als mijn vader. De weg was dus getekend.
Voor wie het zich nog herinnert, ik zat in het begin tussen « Jef zot » en François Van Tuykom maar het duurde niet lang vooraleer Gilbert, die toen noch tuba speelde, mij onder zijn hoede nam om te vermijden dat ik zou zinken en mij ononderbroken wees waar wij ons in het muziekstuk bevonden. Ik weet niet meer hoe dikwijle hij me herinnerde dat ik mijn coulissen moest leeg maken. Dit was mijn specialiteit…

Ster : Hoe beleefde je de stress die onze chef uitstraalt tijdens de laatste herhalingen voor een groot concert of bij het eindejaarsconcert ?
Ik denk dat al de muzikanten deze stress beleven voor de grote gebeurtenissen maar niemand kan dit voelen zoals Philippe, Valérie, mama of ikzelf. Voor ieder concert heeft hij zijn kenmerken nodig, hij moet zijn “clan” rond hem hebben. Men moet hem zijn taak vergemakkelijken opdat hij zich goed zou voelen. Zijn scores voorbereiden, ze op zijn pupiter leggen, er op letten dat alles in orde is voor zijn muzikanten, dat de zangers of zangeressen vertroeteld worden, hem iets te eten brengen want hij zal het vergeten.
Voor papa zijn zijn muzikanten zijn goden, zijn kinderen. Voor hen moet alles perfect zijn. Bij ieder concert of herhaling moeten ze zich in de beste omstandigheden bevinden. En wie moest daarvoor zorgen ? Voornamelijk mama en ikzelf. Hoe dikwijls is het niet gebeurt, wanneer een muzikant de partituur niet meer bezat van een muziekstuk dat wij sedert 10 jaar uitvoerden, dat papa zich naar mij of naar mama omdraaide met stoere snorren om de fout naar ons te werpen. Onder ons noemen wij dat “zijn vieze stach opzetten”. Maar zelfs indien men hem dan op staande voet naar Mars zou willen sturen, weten we dat dit alleen aan de stress te wijten is en dat hij ons dit nooit kwalijk heeft genomen et dat hij vol erkentelijkheid is voor alles wat men doet. Men verontschuldigt en men neemt het mee.
En wanneer men al zijn kwaliteiten als chef ziet, kan men hem wel deze zwakheid toelaten.

Ster : Speelde je ook bij een andere groep ?
Ik heb mijn vader overal gevolgd. Ik heb talrijke jaren in Haren gespeeld met de Brussels Concertband, in Humbeek en in Vilvoorde, altijd met hem. Maar sedert enkele jaren volgde ik hem alleen nog bij de Ster, wegens gebrek aan tijd. Af en toe ging ik nog een handje toesteken in Humbeek wanneer hij het meer goesting in had als het nodig was voor zijn groot lenteconcert, maar dit is alles.
Buiten dit ging ik nog op uitzonderlijke wijze mijn vrienden Gerard en Ludo in Beigem helpen waanner het noodzakelijk was, maar dit was alleen als versterking.
beroepskennis niettegenstaande dat hij met liefhebbers werkt, zijn kennis van de muziek, het niveau dat hij uit iedereen kan trekken. Dit is enig. Altijd heb ik gezegd dat ik de muziek zou stoppen wanneer hij het zou doen want ik zag mij niet met een andere chef spelen. Spijtig zal hij er nooit mee stoppen, en ik heb het voor hem moeten doen.

Ster : Welke muziekstijl hoor je of speel je het liefst ?
In het allerdaagse leven luister ik naar alle stijlen van muziek of zangers maar ik moet toegeven dat mijn voorkeur naar zangers van voor mijn tijd gaat zoals Aznavour, Piaf, Sardou, Ann Christy. In feite, de muziek die ik altijd gehoord en gespeeld heb in de orkesten van papa.

Ster : Je hebt twee zoons en twee dochters. Gaan ze de sporen van hun vader volgen in de muziek ?
Ik denk het niet. Vanaf hun geboorte heb ik gezegd dat ik ze nooit zou dwingen om muziek te spelen. Indien ze dit wensen, geen probleem, ik zal ze begeleiden, maar eerst en vooral moeten ze dat doen dat ze wensen. Maar, wat ze ook doen, ze moeten het niet oppervlakkig aanpakken maar dat ze zich echt toewijden aan hetgeen ze doen zoals ikzelf mij altijd voor de Ster toegewijd heb. En ik mag hen aan deze overlast van werk niet onderwerpen door hen te verplichten muziek aan te leren. De jongens hebben het voor voetbal, Mégane danst en Lara heeft alles over voor de zuigfles. Daarmee zijn mijn werkdagen en mijn weekeinden goed belast, en dit is de reden waarom ik met de muziek ophoud.

Ster : Jouw functie in het orkest beperkte zich niet tot de muziek, kun je ons zeggen wat je deed en wie heeft je dit alles geleerd ?
Ik was een der te weinig « all round mensen » van het orkest. Afgezien van het spelen moest het materiaal gemonteerd worden, het podium voorbereiden, het podium afbreken, ik hield mij bezig met de bibliotheek, met de farden van de muzikanten, papa omkaderen.
Tijdens de feesten zoals « Stoemp à gogo » of stoofvleesweekeinden was ik ook telkens aan de slag zoals de rest van het gezin. De boodschappen doen, de kelder leeg maken en de inhoud naar het hoeveke brengen, de zaal voorbereiden, opdienen en daarna alles afbreken met amper 4 of 5 personen. In het algemeen beginnen deze weekeinden op vrijdag en men heeft op zondag avond heel laat gedaan. Tijdens deze momenten vraagt men zich dikwijls af waarom men het doet.
Wanneer ik klein was, dan was het mijn grootvader die dit alles deed. Hij was de bibliothecaris van de harmonie en daarbij hield hij zich bezig met het plaatsen van de pupiters elke woensdag voor de herhalingen en op concertdagen. Hij was altijd de eerste en de laatste die aan het werken was. Zodra ik bij de Ster gekomen ben, ben ik zijn assistent geworden. Iedere woensdag kwam hij me ophalen bij de muziekacademie om 18 uur en wij vertrokken samen naar de Ster om het podium te voorbereiden en de nieuwe stukken te verdelen in de farden van de muzikanten. Tijdens de weekeinden of het schoolverlof stempelden wij de nieuwe muziekstukken met de stempel van de Ster opdat, indien een andere harmonie ze wilde fotokopiëren, iedereen zou het weten dat het van bij ons kwam. Hoe was hij fier over zijn bibliotheek ! Het waren onze eigen momenten en genoegens.
Wanneer hij om gezondheidsredenen stilaan minder gedaan heeft en ermee heeft moeten ophouden, heb ik gezworen hem nooit te ontgoochelen en dat verder te doen dat hem zo sterk aan het hart viel. Het is deze belofte die mij toeliet het zo lang verder te doen, ondanks de ononderbroken stijging van het werk vermits de kleine harmonie ondertussen een groot orkest geworden was, dat het materiaal ononderbroken talrijker en zwaarder werd en dat er in de farden geen 10 muziekstukken meer waren, maar wel 100.
Wanneer ik mijn laatste noot geblazen heb op de Grote Markt is het aan hem dat ik gedacht heb en aan hem dat ik ze opgedragen heb.

Ster : Heeft deze overlast aan werk een invloed gespeeld in je beslissing de muziek te laten vallen ?
Het is duidelijk dat de tijd dat al dit werk vergt hier een rol speelt. Maar ik had nooit verder muziek kunnen spelen zonder mij voor 200% voor de Ster te investeren. Dit werk maakte deel uit van mijn muziek. Het ene zonder het andere was nooit mogelijk geweest.
Maar ik denk dat, meer als het werk zelf, het meer een tekort aan erkentelijkheid en aan hulp is dat mij stilaan heeft doen walgen en ontmoedigd heeft. Hoe dikwijls was ik niet pijnlijk getroffen wanneer ik na een herhaling of een concert zag dat het mensen van jaren waren zoals Fernand, Georges of onze voorzitter moesten helpen om alles te demonteren wanneer de jongeren van het orkest in de zaal discuteerden. Hoe kan men aanvaarden dat een vrouw van meer als 50 jaar moest helpen om de aanhangwagen te laden en bakken met pupiters die meer dan 100 kilo moest dragen terwijl andere toekeken en discuteerden en slechts hun pint bier droegen.
Bij grote concerten zoals deze van het einde van het jaar begint men gewoonlijk met het monteren van de podium om acht uur ‘s morgens. Wanneer de muzikanten rond 18 uur aankomen moeten ze juist op hun stoel gaan zitten en het concert beginnen. En ondanks dit, wanneer deze vrijwilligers reeds dood moe zijn en juist een dankwoord verwachten omdat ze de hele dag gewerkt hebben krijgen ze in de plaats te dikwijls klachten van de ene of de andere omdat hij niet genoeg plaats heeft om te zitten, omdat hij licht in zijn ogen krijgt, omdat hij te verborgen is voor het publiek... Een der enige muzikanten die eens naar mij gekomen is om mij te omhelzen en MERCI te zeggen was Constant Jamotte ter gelegenheid van een eindejaarsconcert. Nooit zal ik dat vergeten en ik heb er dikwijls aan gedacht wanneer ik de neus ervan vol had. Het is voor zulke te zeldzame feiten dat men het doet.

Ster : Je laatste concert was op de Grote Markt in september 2008. Was het een gemakkelijk te nemen beslissing ?
Zeker niet gemakkelijk te nemen maar het was niet zonder nagedacht te hebben. Sedert reeds één jaar was het moeilijk geworden het gezinsleven en de Ster parallel te voeren. De voetbaltraining van de kinderen, de matchen tijdens het weekeinde, de danslessen van de kleine en de Ster op de hoop toe lieten mij geen tijd genoeg meer over om aan mijn levensgezellin te denken. Bij de geboorte van mijn laatste dochter in augustus moest ik deze beslissing nemen.
Zelfs indien ik hierop lang nagedacht had was het niet gemakkelijk deze stap te zetten en op een zekere manier « papa in de steek te laten ». Voor hem is de muziek zijn leven en ze zal altijd de eerste plaats bekleden. Het was dus niet zo eenvoudig hem dat te zeggen. Maar ik heb 25 prachtige jaren onder zijn directie gekend en ik wilde in ieder geval het “jaar te veel” maken. Nooit heeft hij op mijn beslissing kritiek geleverd en daarvoor ben ik hem dankbaar.
Maar ik wilde een eind maken op een mooie manier en stoppen met een der concerten die mij het meest aan het hart gingen. De concerten op de Grote Markt hebben altijd een speciaal smaakje gehad, hetzij met de Ster of in het verleden met de Brussel Concertband. Wie mag zich beroemen op het feit zo dikwijls op een der mooiste plaatsen der wereld gespeeld te hebben voor een menigte ven twee of drie duizend mensen ? Onvergetelijke herinneringen. Er was geen betere plaats om het bladzijde om te draaien.

Ster : Ondanks alles was je altijd aanwezig op de grote concerten zoals het eindejaarsconcert en dit van 13 juni jongstleden. Heb je spijt van je beslissing geen tuba meer te spelen ?
In het algemeen, wanneer ik een beslissing neem, kijk ik zeer zeldzaam achteruit. Ik heb mijn beslissing genomen, ze was weldoordacht en er is dus geen plaats voor een spijtgevoel. De muziek heeft 25 jaar van mijn leven vergezeld. Het was tijd om met iets anders te beginnen en mij aan mijn gezin toe te wijden en aan mijn eerste passie : mijn kinderen.

Ster : Welk bericht zou je willen brengen aan de muzikanten van het orkest ?
Ik denk dat deze interview vol staat met berichten die ik aan de muzikanten zou willen overbrengen.
Eerst zou ik de ouderen willen bedanken die mij voor 25 jaar bij de Ster ontvangen hebben, die mij omgekaderd hebben en die mij toegelaten hebben de muzikant te worden die ik ben. Het is altijd delicaat namen te noemen en niemand te vergeten maar ik wil toch Gilbert, Pierre De Snijder, Monique, Pepi en Fernand bedanken die mij iedere woensdag onder hun vleugels genomen hebben sedert het begin en die mij dat geleerd hebben dat men op de academie nooit zal leren : de echte muziek…
Dan zou ik nog een oproep willen doennaar de jongeren van het orkest om hun oprecht te vragen de te weinig talrijke vrijwilligers van het orkest te helpen. Indien iedereen, na iedere herhaling of concert, 5 minuten wil besteden aan het opruimen van het podium, de aanhangwagen te laden enz., zullen de gewone medewerkers werkelijk geholpen worden en dan zullen ze ook de kans krijgen om op hun gemak een pintje te drinken.
Ook zou ik de Ster willen bedanken om mij de kans gegeven te hebben er zo lang bij te zijn geweest. Nooit zal ik al deze jaren kunnen vergeten maar, vooral, de prachtige momenten die ik met mijn grootvader doorgebracht heb tot zijn overlijden.
Maar als slotwoord wil ik het geluk onderstrepen voor de Ster een Chef van zulke kwaliteit te hebben. Het is misschien omdat het mijn vader is maar 25 jaar lang was ik in de wereld van de harmonieën maar het was zeldzaam, het is bijna nooit gebeurd, dat ik een zo professionele chef, zo begaafd, dicht bij zijn muzikanten en bekwaam om het beste uit iedereen te halen, ontmoet heb. Het is geen toeval dat, zowel in de Brussels Concertband als in Humbeek en in de Ster, hij telkens een harmonie van 15-20 muzikanten omgebouwd heeft in orkest waarop velen jaloers zijn en slechts van kunnen dromen. Om er te geraken heeft hij telkens alles gegeven. Ik ben fier dat ik aan zijn zijde muziek heb kunnen leren.

Als moeder van de mens die ik ondervraag is het moeilijk neutraal te blijven. Maar ik wilde je bedanken voor die 25 jaar van je jeugd die je aan de muziek en aan de Ster besteed hebt, en aan de zijde van je vader te staan in de wervelwind van zijn leven.Je hebt je laatste noot opgedragen aan je grootvader en wees overtuigd dat hij, van daarboven, zeer fier is over zijn kleinkinderen. Ook weet ik dat wij altijd op je hulp mogen rekenen.
Ik wens je al het geluk van de wereld met Evi en je gehele kleine stam en wees zeker dat er van daarboven twee sterren jullie beschermen.

P.-S.

Post

Répondre à cet article